de kom

el tazón grote kom, bijvoorbeeld soepkom

de zaak

el negocio
la cosa

stuur terug

yo devuelvo/devuelves/devuelve/volví/devolviste/devolvió ik ga het kussen terug sturen omdat het erg hard is - devolveré la almohada porque es muy dura

zou zijn geweest

habría estado ik zou aan het eten zijn geweest - habría estado comiendo

leeg

vacío wij zoeken een leeg kantoor - buscamos una oficina vacía

de amandel

la almendra

komen terug

regresar/regresamos/regresan/regresando/regresamos/regresaron

de spaarpot

la jarra de monedas

van jou

tuyo de potlood is van jou - el lápiz es tuyo

het klooster

el monasterio

vergeet

yo olvido/olvidas/olvida/olvidé/olvidaste/olvidó

het eiland

la isla

de (wal)noot

la nuez nootmuskaat - nuez moscada, kokosnoot - nuez de coco, cashewnoot - nuez de marañon, ik hou van walnoten - me encantan las nueces

moet terugbetalen

yo debo/debes/debe/debí/debiste/debió ik moet jou geld terugbetalen - te debo el dinero

de pinda

el mani latijns-amerikaans

karate

el karate

de spinazie

la espinaca

de assistent

el asistente
la asistente

sluiten

cerrar/cerramos/cierran/cerrando/cerramos/cerraron de musea sluiten om zes uur - los museos cierran a las seis

de bijnaam

el apodo wat is jouw bijnaam? - ¿cuál es tu apado?

doen moeite

nos esforzarse/esforzamos/esfuerzan/esforzándose/esforzamos/esforzaron

het afval

la basura

de poster

el póster

de noot

el fruto seco letterlijk droge vrucht

een heleboel

un montón een heleboel cadeaus - un montón de regalos

de vanille

la vainilla

kam

yo me peino/peinas/peina/peiné/peinaste/peinó zij kammen hun haar

de buurman

el vecino

ze

las
los ik geef je cadeaus - te doy regalos, ik geef ze aan jou - te los doy
ella enkelvoud
ellos/ellas meervoud
le datief, het onderwerp bevalt haar, zij vindt leuk - le gusta
les datief, het onderwerp bevalt hen, zij vinden leuk - les gusta
se wederkerend, zij staat op - se leventa, zij staan op - se levanta

heb zojuist

yo acabo/acabas/acaba/acabé/acabaste/acabó ik heb zojuist je bericht ontvangen - acabo de recibir tu mensaje

de auto

el coche in spanje
el carro in latijns-amerika

de azijn

el vinagre

de koriander

el cilantro

laat (achter)

yo dejo/dejas/deja/dejé/dejaste/dejó hij liet de sleutels op tafel achter - dejó las llaves en la mesa

de vogel

el pájaro

de smaak

el gusto mi abuela tiene gustos un poco raros - mijn oma heeft een beetje rare smaak

gaan terug

volver/volvemos/vuelven/volviendo/volvimos/volvieron

precies

asi es dat klopt, inderdaad, zo is het
en punto om één uur precies - a la una en punto

de dressing

el aderezo

vergeten

olvidar/olvidamos/olvidan/olvidando/olvidamos/olvidaron

sommen op

enumerar/unumeramos/enumeran/enumerando/enumeramos/enumeraron

afschuwelijk

espantoso
horrible

de schaar

la tijera

procent

por ciento honderd procent van jou - cien por ciento tuya

het gezin

la familia

zout

salado

verdriet

la tristeza

(ver)blijven

nos quedarse/quedamos/quedan/quedándose/quedamos/quedaron

logisch

sentido tiene sentido - dat is logisch

de achternaam

el apellido